Honden hebben een aantal basisbehoeften (ook wel inelastische gedragingen genoemd). Dit zijn behoeften (gedrag) die van essentieel belang zijn voor een hond om als hond te kunnen functioneren en in leven te blijven.

Het is goed om ons te realiseren dat van alle soorten huisdieren wij voor de hond zelfs bepalen wanneer hij kan plassen en poepen. Alle andere huisdieren kunnen dat zelf bepalen!

Deze basisbehoeften zijn:

1

Veiligheid

Dit is eigenlijk de allerbelangrijkste behoefte en voorwaarde.
Als de hond zich niet veilig voelt dan is er een grote kans dat hij niet wil/kan eten of drinken omdat hij simpelweg niet naar zijn voerbak of drinkbak durft te gaan.
Ook zijn lichaamsverzorging, slaap en beweging komt dan in het gedrang.

2

Eten en drinken

Een hond moet eten en drinken (water). Zorg dat er altijd vers water ter beschikking is. En zet het liefst op meerdere plekken in huis water neer, eventueel in meerdere soorten bakken (glas, staal, etc)

3

Lichaamsverzorging

Hier valt dus ook het plassen en poepen onder. Laat je hond regelmatig uit zodat hij zijn behoeften kan doen. Zeker als het nog een pup is zul je die vaak (maar kort) moeten uitlaten. Het is belangrijk dat het een rustige plek is of alleen in de eigen tuin (als dat kan).

4

Slaap

In zijn algemeenheid slapen volwassen honden tussen de 12 -16 uur per dag. Een pup of jonge hond heeft nog meer slaap nodig. Honden slapen anders dan mensen. Ze slapen langer en in meerdere fasen. Bovendien wisselen ze ook nog al eens van positie en van slaapplek. Honden slapen graag wat hoger. Biedt een hond meerdere slaapplekken aan, zowel hoog als laag en warm en koud. De hond kan zo zelf beslissen waar hij het liefste ligt.

Een hond is een sociale slaper. Honden voelen zich veilig als ze in een “groep mensen/honden” kunnen slapen. De hond alleen in een afgesloten ruimte laten slapen is dus geen goed idee.

Een te kleine ruimte waar hij niet uit kan en dus niet fysiek contact kan maken of wanneer het te warm of koud is, dan geeft dit veel stress bij de hond.

Slaapt de hond kwalitatief goed en genoeg dan wordt er het “feel good” stofje aangemaakt. Hierdoor is de hond in de perioden dat hij wakker is meer in balans en beter in staat om te leren.

5

Beweging

In het begin laat je de hond uit in zijn eigen omgeving. Wanneer de hond gewend is kun je gaan variëren in soort wandeling en omgeving. Laat de hond ook eens zelf de route bepalen. Laat de hond zoveel mogelijk vrij bewegen (gebruik alleen commando’s als de veiligheid van de hond in gevaar is). Gebruik een lange lijn, minimaal 3 meter. In het buitengebied is een lange lijn van 5-10 meter aan te raden.

Er zijn gedragingen van een hond die niet essentieel zijn voor hem om in leven te blijven (als individu). Dat zijn de zogenaamde elastische gedragingen.

  • Spelen
  • Op onderzoek uitgaan in de omgeving (nieuwsgierig zijn)

Als honden eigenaar ben je ervoor verantwoordelijk dat de hond zowel de inelastische als de elastische gedragingen kan uitvoeren.